Je kind naar de middelbare school: zo verandert jullie band

De overstap naar de middelbare school lijkt op het eerste gezicht vooral een praktische verandering. Een nieuwe school, andere lestijden, meer huiswerk, nieuwe vrienden en misschien voor het eerst alleen op de fiets of met het openbaar vervoer.

Maar onder al die zichtbare veranderingen gebeurt nog iets anders.

De relatie tussen jou en je kind verandert mee.

Je kind wordt zelfstandiger, krijgt een eigen wereld en zal steeds vaker zelf willen bepalen wat het doet, met wie het omgaat en wat het wel of niet vertelt. Dat kan mooi zijn om te zien. Tegelijk kan het ook onzeker maken.

Hoe blijf je dichtbij als je kind meer ruimte nodig heeft?

Je kind heeft je nog steeds nodig

Tieners kunnen de indruk geven dat ze hun ouders nauwelijks meer nodig hebben. Ze willen zelf kiezen, reageren soms kortaf en lijken de mening van vrienden belangrijker te vinden dan die van thuis.

Toch blijft de relatie met ouders van grote betekenis.

Alleen verandert de manier waarop je kind je nodig heeft. Je hoeft steeds minder alles op te lossen of voor te zijn. Je rol verschuift van sturen naar begeleiden. Van beschermen tegen iedere teleurstelling naar beschikbaar blijven wanneer iets moeilijk wordt.

Dat vraagt veel van ouders.

Het kan lastig zijn om te zien dat je kind keuzes maakt waarvan het de gevolgen nog niet helemaal overziet. Misschien voel je de neiging om sneller in te grijpen, extra vragen te stellen of alvast een oplossing aan te dragen.

Vaak komt dat voort uit betrokkenheid. Je wilt voorkomen dat je kind pijn, afwijzing of teleurstelling ervaart.

Maar juist in deze fase leert een kind zichzelf steeds beter kennen door dingen zelf te ervaren. Zo ontdekt je kind stap voor stap wat wel en niet werkt.

Nynke Kiela
Nynke Kiela-Siderius - Relatie- en Gezinstherapeut

De puberteit vraagt niet alleen iets van kinderen. Ook ouders leren opnieuw hoe ze verbonden kunnen blijven.

Loslaten is niet hetzelfde als afstand nemen

Loslaten wordt soms uitgelegd alsof je als ouder een stap terug moet doen en je kind het verder zelf moet laten uitzoeken.

Maar loslaten betekent niet dat je verdwijnt.

Het betekent dat je probeert aanwezig te blijven zonder alles over te nemen. Dat je interesse toont zonder ieder antwoord op te eisen. Dat je grenzen stelt zonder van ieder verschil een strijd te maken.

Je kind heeft ruimte nodig om te ontdekken wie het is. Tegelijk heeft het een ouder nodig die stevig genoeg blijft staan wanneer er spanning ontstaat.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Ik merk dat je hier niet over wilt praten. Dat is oké. Je mag altijd bij me komen.”

Of:

“Ik begrijp dat je dit zelf wilt bepalen. Tegelijk blijft dit de afspraak die we thuis hebben gemaakt.”

Zo laat je zien dat nabijheid en grenzen naast elkaar kunnen bestaan.

Wanneer je kind minder vertelt

Veel ouders merken dat gesprekken veranderen zodra hun kind naar de middelbare school gaat. Waar je vroeger uitgebreid hoorde wat er op school was gebeurd, krijg je nu misschien vooral “goed” of “weet ik niet” als antwoord.

Dat kan voelen alsof je kind je buitensluit.

Soms gaan ouders daardoor juist meer vragen stellen.

Hoe was het?

Met wie was je?

Wat zei de docent?

Waarom reageer je zo?

Heb je je huiswerk al gedaan?

Voor een tiener kan dat snel als controle voelen. Het gevolg is vaak dat het kind nog minder gaat vertellen.

Contact ontstaat niet altijd door meer vragen te stellen. Soms ontstaat het juist door samen iets te doen zonder dat er direct gepraat hoeft te worden.

Tijdens het koken, in de auto, op de fiets, tijdens een wandeling of wanneer je samen iets haalt.

Tieners vertellen vaak makkelijker wanneer ze niet het gevoel hebben dat ze tegenover je zitten voor een serieus gesprek.

Gesprek met puber

Wat gebeurt er bij jou?

De puberteit gaat niet alleen over de ontwikkeling van je kind. Deze fase raakt vaak ook iets in ouders zelf.

Misschien maakt het gedrag van je kind je sneller onzeker dan je had verwacht. Misschien voel je je afgewezen wanneer je kind weinig vertelt. Of merk je dat je boos wordt wanneer afspraken niet worden nagekomen.

Onder die boosheid of irritatie zit soms iets anders.

Angst dat je de grip verliest.

Zorgen dat je kind keuzes maakt die je niet kunt overzien.

Verdriet omdat de tijd waarin je kind klein was voorbijgaat.

Of twijfel of je het wel goed doet als ouder.

Wanneer spanning oploopt, reageert ons lichaam vaak sneller dan ons verstand. We gaan harder praten, meer controleren, ons terugtrekken of juist alles willen oplossen.

Het helpt om eerst op te merken wat er in jezelf gebeurt.

Voel je spanning in je buik?

Wordt je ademhaling hoger?

Merk je dat je direct wilt reageren?

Een korte pauze kan voorkomen dat een gesprek verandert in een machtsstrijd.

Je hoeft niet altijd rustig te zijn

Een goede ouder is niet iemand die nooit boos, bezorgd of geraakt is.

Het gaat er vooral om wat je met die gevoelens doet.

Kun je zeggen dat je iets spannend vindt zonder je kind verantwoordelijk te maken voor jouw geruststelling?

Kun je een grens stellen zonder je kind af te wijzen?

Kun je terugkomen op een gesprek wanneer je merkt dat je te fel reageerde?

Je kind leert niet alleen van wat je zegt. Het leert ook van hoe jij omgaat met spanning, verschil en herstel.

Wanneer jij kunt zeggen:

“Dat gesprek ging niet goed. Ik werd feller dan ik wilde. Mijn grens blijft hetzelfde, maar ik wil het graag opnieuw proberen.”

Dan laat je iets belangrijks zien.

Je hoeft niet perfect te zijn om betrouwbaar te zijn.

Wanneer ouders verschillend reageren

De overgang naar de middelbare school kan ook verschillen tussen ouders zichtbaarder maken.

De één vindt dat een kind meer vrijheid nodig heeft. De ander ziet vooral de risico’s.

De één wil eerst luisteren. De ander wil direct duidelijke afspraken maken.

Dat verschil hoeft niet verkeerd te zijn.

Kinderen kunnen er juist baat bij hebben dat ouders niet precies hetzelfde zijn. Het wordt vooral lastig wanneer ouders elkaar ondermijnen of wanneer het kind tussen hen in komt te staan.

Probeer daarom niet alleen te bespreken wat jullie kind moet doen, maar ook wat het gedrag van jullie kind bij ieder van jullie oproept.

Misschien is de één bang om het contact kwijt te raken. Misschien is de ander bang dat er te weinig grenzen zijn.

Wanneer je dat van elkaar begrijpt, wordt het makkelijker om samen een koers te bepalen.

 

Nynke Kiela
Nynke Kiela-Siderius - Relatie- en Gezinstherapeut

Je kind wordt zelfstandiger, maar dat betekent niet dat het je minder nodig heeft. Het heeft je nodig op een andere manier.

Blijf nieuwsgierig naar wie je kind wordt

De puberteit is geen fase waarin je alleen maar moet proberen het oude contact te behouden.

Het is ook een uitnodiging om je kind opnieuw te leren kennen.

Wie wordt je kind buiten het gezin?

Wat vindt je kind belangrijk?

Welke ideeën ontwikkelt het?

Waar is het trots op?

Welke kanten laat je kind thuis nog niet zien?

Nieuwsgierigheid betekent niet dat je alles hoeft te weten.

Het betekent dat je open blijft staan voor de persoon die zich langzaam voor je ogen ontwikkelt.

Soms vraagt dat dat je je eigen verwachtingen loslaat. Je kind hoeft niet dezelfde keuzes te maken als jij. Het hoeft niet op dezelfde manier te denken of reageren.

De relatie verdiept wanneer er ruimte ontstaat voor verschil.

Dichtbij blijven zonder jezelf te verliezen

Een tiener heeft geen ouder nodig die met iedere stemming meebeweegt.

Wanneer je kind boos is, hoef jij niet direct ook boos te worden.

Wanneer je kind afstand neemt, hoef jij niet harder aan het contact te trekken.

Wanneer je kind je afwijst, betekent dat niet meteen dat de band tussen jullie verdwenen is.

Juist door zelf stevig te blijven, geef je je kind iets om op terug te vallen.

Je kunt betrokken zijn en toch een grens houden.

Je kunt luisteren zonder alles goed te keuren.

Je kunt ruimte geven zonder jezelf buitenspel te zetten.

Dat is misschien wel een van de grootste veranderingen in deze fase.

Je relatie met je kind wordt minder vanzelfsprekend, maar kan daardoor ook bewuster en dieper worden.

 

Een klein moment samen

Plan deze week iets kleins met je kind, zonder dat het meteen een serieus gesprek hoeft te worden.

Haal samen iets lekkers, maak een wandeling, kijk een film, rijd een stukje of doe iets wat je kind leuk vindt. Laat de telefoon even liggen en probeer niet direct te vragen naar school, cijfers of huiswerk.

Gewoon samen zijn is soms al genoeg.

Tieners vertellen vaak meer wanneer er geen druk op het gesprek ligt. Tijdens zo’n ontspannen moment kan er vanzelf iets ontstaan.

En gebeurt dat niet, dan hebben jullie toch samen iets fijns gedaan.

Dichtbij blijven zit niet altijd in de juiste woorden.

Soms zit het gewoon in tijd, aandacht en samen plezier maken.

De overstap naar de middelbare school betekent niet dat je je kind kwijtraakt.

Het betekent dat jullie opnieuw mogen ontdekken hoe je dichtbij kunt blijven, terwijl je kind steeds meer zichzelf wordt.

Heb je een vraag? Stel hem gerust!